TOEKOMST

Omvorming weidegronden

Als referentiegebieden voor de "vochtige natuur" die in de weilanden gerealiseerd gaat worden, zijn er in Noordoost Twente enkele aansprekende voorbeelden. Het gaat daarbij om terreinen met een vergelijkbare geomorfologie, schaal en hydrologie als Het Molenbeekdal, De Hezeberg te Ootmarsum en Stadsweide De Roosboer in Oldenzaal; allen hellingmilieus met bronnen. De botanische diversiteit van deze gebieden is de afgelopen jaren sterk vergroot door een combinatie van een drietal ingrepen, te weten:

  1. Herstel oorspronkelijke hydrologische omstandigheden
  2. Verwijdering vervilte, voedselrijke zode
  3. (Her)introductie verschralend maaibeheer met aangepaste apparatuur

Gezien de vergelijkbare milieu-omstandigheden is de verwachting gerechtvaardigd dat zich op De Hulst een zelfde positieve ontwikkeling zal voordoen.

Veelsoortige, kleurrijke hooilandfloraAd 1) Herstel van de oorspronkelijke hydrologie is op De Hulst slechts ten dele mogelijk omdat vanwege de rondwegaanleg de originele oppervlakkige watervoering zuidwaarts geforceerd is in een meer westelijke richting parallel aan het wegtracé.

"Water maakt het verschil"
Een van de maatregelen zal zijn het verondiepen en naturaliseren van het beekprofiel. Zoals aangegeven op de plankaart krijgt het beeksysteem twee "brontakken" die samenvloeien tot een beek. De loop van deze beek moet zodanig zijn dat de afvloeiing ten opzichte van de huidige situatie trager verloopt, aanzienlijk hoger in het maaiveld ligt en haar eigen meanderende weg moet kunnen vinden. Deze maatregel moet leiden tot een natuurlijke afvoer van regenwater en het plaatselijk tot in het maaiveld laten stijgen van ondergronds toestromend kwelwater. Door de beek ter hoogte van de westelijke weide op de overgang tussen bos en weide te projecteren ontstaat tevens de mogelijkheid om via een corrigerende knijpconstructie naar wens water vast te houden boven maaiveld (retentie) in de uiterste westhoek. Ook in de oostelijke en centrale weide zijn er goede mogelijkheden om oppervlaktewater langer vast te houden in ondiepe, komvormige laagten.

De uitloop van de bronvijver gaat momenteel rechtstreeks naar de bermbeek. Hierdoor gaat bronwater snel het gebied uit. Door de huidige slenk westwaarts af te buigen richting ruïne, blijft het water langer in het terrein en zal een -voor natuurontwikkeling gewenste- vernatting optreden.