Leonard Springer

Leonard Springer is de tuinarchitect die het park rondom de Hulst heeft ontworpen. Het originele ontwerp dat destijds is gemaakt door Leonard Springer bestaat nog.
Leonard Antonij Springer (Amsterdam 24-1-1855 – Haarlem 28-9-1940) groeide op in een kunstzinnig milieu. Zijn vader was de beroemde kunstschilder Cornelis Springer bekend van de Oudhollandse stadsgezichten.
Van zijn vader en ooms leerde Leonard tekenen en schilderen. Tijdens zijn jeugdjaren volgde hij de uitbreiding van het Amsterdamse Vondelpark. Dit bracht hem waarschijnlijk op de gedachte zich in de tuinkunst te bekwamen.
Hij volgde van 1871 tot 1874 een tuinbouwopleiding bij de Koninklijke Nederlandsche Tuinbouw-Maatschappij “Linnaus”in de Watersgraafmeer. In 1875 trad hij in dienst bij de firma Halverhout & Co.
Voor deze firma ontwierp hij o.a. grachtenhuis- en villatuinen. Na uitgebreide zelfstudie en korte studiereizen naar omringende landen vertrok hij in februari 1878 naar Parijs, in de verwachting daar een bestaan te vinden als tuinarchitect. Hij keerde al snel onverrichterzake huiswaarts. Hij begon toen als zelfstandig tuinarchitect ontwerpen te maken voor diverse opdrachtgevers. In 1880 won hij een openbare prijsvraag van de stad Arnhem, wat leidde tot de aanleg van een park op de gedempte Janssingel. In zijn beginjaren schreef Springer vaak in op dergelijke prijsvragen, die door gemeentebesturen werden georganiseerd. Op deze wijze deed hij ervaring op, verwierf bekendheid en wist aantrekkelijke opdrachten te verwerven. Onder meer werden Springers ontwerpen voor de Nieuwe Oosterbegraafplaats ( 1889) en het Oosterpark ( 1891) te Amsterdam bekroond en uitgevoerd. Al eerder had hij een opdracht ontvangen voor een groot park te Deventer, het Rijsterborgherpark (1887). Onder zijn opdrachtgevers bevonden zich ook veel particulieren.

Springer in Twente
Het merendeel van zijn opdrachten had hij te danken aan de architect Karel Joan Muller (1857-1942). Hij had hem leren kennen als lid van Architectura et Amicitia in Amsterdam. Omdat zijn beide zusters getrouwd waren met een lid van de Oldenzaalse familie Gelderman, kreeg Muller entree in Twentse textielkringen en op zijn beurt introduceerde de joviale architect daar zijn vriend Springer. Toen Muller in 1913 voor zijn zwager Herman Johan Hendrik Gelderman de villa Kalheupink bij Oldenzaal ontwierp legde Springer daar een deel van de tuin aan. Daarna volgden nog meer opdrachten, ook van andere families.
Voor een neef van H.J.H. Gelderman, Joan Gelderman, bouwde Muller in 1919 de villa De Hulst. Het park werd aangelegd door Leonard Springer in gemengde stijl. Samen met Muller werkte hij ook op De Bellinckhof bij Almelo, het landgoed Egheria, en voor vele andere Twentse fabrikanten. Vervolgens ontwierp hij openbare parken zoals het Egbert ten Catepark in Almelo ( 1919) en het volkspark in Rijssen ( 1914-1919) in opdracht van de jutefabrikant J. ter Horst. Samen met P. Wattez ontwierp hij het groen in een tuindorp voor textielarbeiders ontworpen door Karel Muller in Hengelo, ’t Lansink genaamd.

De vriendschap met Karel Muller leidde ook tot een bijzondere band met het echtpaar H.J.H. Gelderman-Muller dat op het Kalheupink woonde. In opdracht van mevrouw Augusta Gelderman-Muller realiseerde Springer in het dorpje De Lutte een oude wens van hem: de aanleg van een arboretum met bomen uit de hele wereld. Op een terrein bij Poort Bulten, een stuk heidegrond dat aanvankelijk begroeid was met dennen en wild hout als berk en ratelpopulier, wilde het echtpaar aanvankelijk een verzameling coniferen bijeenbrengen. In nauwe samenwerking met zijn opdrachtgeefster kwam de aanleg naar Springers ideen tussen 1912 en 1917 tot stand. Al spoedig werden ook andere soorten bomen aangekocht uit onder meer de Kaukasus, China, Japan en Noord-Amerika. In 1916 waren er al duizend soorten heesters en bomen geplant.
In latere jaren keerde Springer regelmatig terug voor adviezen over het onderhoud, waarbij hij dan enige dagen op Kalheupink bleef logeren. Ook was hij na 1920 nauw betrokken bij de inrichting van het landgoed Singraven in Denekamp.
Tot zijn dood correspondeerde hij met de eigenaar Willem Laan en ook hier kreeg hij de gelegenheid om een arboretum aan te leggen met veel inheemse en uitheemse bomen.

Leonard Springer overleed op 28 september 1940 in Haarlem. Zijn vele ontwerpen zijn nog in heel Nederland terug te vinden.