De natuur op het landgoed

 



Landschap

Kenmerkend aan het landgoed is de uitgesproken centrale positie van het landhuis en daar recht tegenover de bronvijver. Met 10,5 ha opgaand bos met vooral een gemend loof- en naaldhoudkarakter, 0,70 ha tuinen en 5,5 ha hellinggraslanden vormt de Hulst landschappelijk duidelijk een eenheid. Voor degenen die de historie van het landgoed niet kennen vormt de boerderij aan de Bentheimerstraat wellicht een vreemd element in het geheel. Echter, deze met riet gedekte boerderij vervulde in vroegere tijden een belangrijke functie ten behoeve van veehouderij en stalling van materieel en transportmiddelen. Het huidige lanenpatroon laat nog duidelijk het verband zien in de wisselwerking tussen landhuis en boerderij.

 

Parktuin

De parktuin is aangelegd door Leonard Springer. Het merendeel van zijn opdrachten had hij te danken aan de architect Karel Joan Muller (1857-1942), die in 1919 villa de Hulst bouwde. Springer heeft Muller leren kennen als lid van Architectura et Amicitia in Amsterdam. Omdat zijn beide zusters getrouwd waren met een lid van de Oldenzaalse familie Gelderman, kreeg Muller entree in Twentse textielkringen en op zijn beurt introduceerde de joviale architect daar zijn vriend Springer. Toen Muller in 1913 voor zijn zwager Herman Johan Hendrik Gelderman de villa Kalheupink bij Oldenzaal ontwierp legde Springer daar een deel van de tuin aan. Daarna volgden nog meer opdrachten, ook van andere families. Voor een neef van H.J.H. Gelderman, Joan Gelderman, bouwde Muller in 1919 de villa de Hulst. Het park werd aangelegd door Leonard Springer in gemengde stijl. Meer informatie over Leonard Springer vindt u hier.