TOEKOMST

Omvorming productiebos naar belevingsbos

Er is een tweedeling aan te brengen in de bosgebieden van De Hulst, te weten:

  1. Parkbos met potentieel recreatief medegebruik (westzijde landhuis)
  2. Natuurbos/stiltegebied (oostzijde landhuis)

Om het parkbosgedeelte zowel ecologisch als recreatief aantrekkelijker te maken worden de volgende beheersmaatregelen uitgevoerd:

Bij het uitzetten van een dunning (dmv. blessen) dient geselecteerd te worden aan de hand van de volgende criteria:

Daarbij dient tevens de intensiteit te verschillen: er moeten delen zijn waar niet wordt gekapt en er moeten plaatselijk juist (forse) gaten in het kronendak worden gemaakt. Dit laatste dient vooral op locaties te geschieden waar een struiklaag gewenst is. Ook moet er verschil zijn in de manier van dunnen. Het is niet de bedoeling dat alle uitgezaagde bomen uit het bos worden verwijderd. Er dienen ook omgezaagde bomen volledig te blijven liggen. Naast zagen kan ook gekozen worden voor ringen of omlieren van bomen. Aangezien het parkbos ook een recreatieve functie krijgt moet staand dood hout wel zoveel mogelijk worden verwijderd, met name langs paden in verband met de veiligheid. Samenvattend: er zal een compromis gezocht moeten worden tussen biodiversiteit en landschappelijke c.q. recreatieve beleving.


Noodzakelijk bosbeheer in het parkbosgedeelte (winter 2003/2004)

Teneinde het parkbosgedeelte interessant te maken voor de recreant dienen in de eerste plaats de oude paden in ere hersteld te worden. Plaatselijk kan het wenselijk zijn enkele nieuwe padgedeelten te realiseren. Op strategische/belevingsvolle plaatsen dienen zitbanken geplaatst te worden (totaal ca. 7) van onbehandeld hout, bij voorkeur verkregen uit eigen bosbeheer. Bij de heuvel in de noordoosthoek van het parkbos kan een kleinschalige picknickplaats ingericht worden. Vanaf hier is er een fraai uitzicht op het Mariakapelletje en het Egheria.

Het oostelijke bosgedeelte heeft een verstild karakter. Het is voor met name kritische c.q. rustminnende faunasoorten van wezenlijk belang dat de rust in dit bosgedeelte behouden blijft.

Vochtplaatsen

Tijdens het bodemkundig veldwerk werden in het oostelijk bosgedeelte een tweetal plekken met keileem dicht onder het maaiveld aangetroffen. Door deze plekken in te richten als ondiepe bospoelen/schaduwrijke vochtplaatsen ('s zomers droog) kan de ecologie hier een grote impuls krijgen.


Stiltebos oostzijde

Stimulering struweelontwikkeling

Zowel door actief bosbeheer alsmede plaatselijke aanplant kan de ontwikkeling van struweel gestimuleerd worden. Struweel brengt leven in bosmilieus:



Besdragend struweel ontbreekt vrijwel geheel op landgoed De Hulst. Zowel via aanplant en via gericht bosbeheer zal de ontwikkeling hiervan gestimuleerd worden.

Ontwikkeling van 'Gradiëntnatuur'

De grootste diversiteit in het Twentse cultuurlandschap wordt aangetroffen op plaatsen waar verschillende ecotopen geleidelijk in elkaar overlopen. Mede gezien het ontbreken van dergelijke gradiënten op De Hulst is het gebied relatief soortenarm. Hier valt derhalve veel winst te boeken. Kansrijke locaties voor gradiëntnatuur op De Hulst zijn:



Indien struweel - en zoomontwikkeling worden gestimuleerd, vormen de op het zuiden gelegen bosranden bij uitstek een potentieel biotoop voor dagvlinders

De overgang van de hoger liggende oostelijke akker verdient in dit kader extra aandacht. De hoger liggende componenten in het landschap bepalen in belangrijke mate hoe de lager gelegen gedeelten -waar het (grond)water immers naar toe stroomt- zich botanisch kunnen ontwikkelen. Het is derhalve voor de diversiteit van laaggelegen weidegronden van wezenlijk belang dat deze hoge esgronden een geringe bemestingdruk kennen. Vanuit landschappelijk en ecologisch oogpunt zou het bovendien zeer wenselijk zijn dat de huidige monocultuur van snijmais op termijn omgezet zou worden in extensieve graan- of hakvruchtenteelt. Een dergelijke aanpak zou er tevens voor zorgen dat er een landschappelijke eenheid kan ontstaan met het Egheria, waar de afgelopen jaren plaatselijk weer extensieve graanteelt is geintroduceerd.


Akkergrond ten oosten van De Hulst waar extensieve graanteelt gewenst is. Op de achtergrond het bosgebied van Egerhia.

Herstel amfibieënmilieus

Kleine watersalamanderDe tussen De Hulst en het mariakapelletje liggende weide kende vroeger een ruime amfibieënpoel. Deze weide hoort inmiddels weer bij het landgoed en het zou wenselijk zijn, hier opnieuw een basisbiotoop te realiseren voor salamanders en kikkers conform het bijgaande inrichtingsvoorstel. De op stuwwal vrij regelmatig voorkomende kamsalamander kan hier van profiteren, maar ook de zeldzame en bedreigde boomkikker. Vochtmilieus met veel plas- dras milieu zijn bovendien belangrijk voor de ontwikkeling van moerasflora en waardevol voor bepaalde vochtminnende vogelsoorten als nachtegaal en rietzanger.